Overdiagnose van Covid-19 als doodsoorzaak

Jan F Ruis, PhD


Samenvatting

In deze studie werd de hypothese onderzocht dat er sprake is van overrapportage van Covid-19 als doodsoorzaak gepaard gaande met onderrapportage van andere doodsoorzaken. Hiertoe werden de sterftecijfers van het CBS gebruikt van het 1e kwartaal 2015 t/m het 1e kwartaal 2021. Uit de analyse blijkt dat met name sterfte ten gevolge van ziekten van de ademhalingsorganen en hart- en vaatziekten significant minder frequent is dan verwacht wordt op basis van de voorafgaande vijf jaar. Daarnaast vertoonde ook de sterfte ten gevolge van kanker en goedaardige tumoren en ziekten van het zenuwstelsel/psychische stoornissen in het 1e kwartaal van 2021 een significante afname. De geschatte overdiagnose van Covid-19 als doodsoorzaak bedraagt ruim 9000 doden van het 1e kwartaal 2020 tot en met het 1e kwartaal 2021. Het totaal aantal geschatte Covid-19 doden komt daarmee op 10.000, beduidend minder dan de 29.000 van het CBS en de 17.000 van het RIVM.


Inleiding


Cijfers over doodsoorzaken zijn gebaseerd op doodsoorzaakverklaringen ingevuld door een arts. De cijfers van het 2e kwartaal zijn nog niet gepubliceerd. Figuur 1 toont de sterftecijfers van de diverse doodsoorzaken:


Figuur 1.Sterfte naar doodsoorzaak 2010 t/m 2020 per kwartaal. Let op de merkwaardige grafiek van overige doodsoorzaken, waaronder de aan Covid-19 toegeschreven sterfte. Ziekten van de ademhalingsorganen lijken in 2020 en 2021 onder-gerapporteerd, en dit geldt mogelijk ook voor andere doodsoorzaken (bron CBS).

In Engeland werd er onlangs melding gemaakt van overdiagnose van Covid-19 (figuur 2):


Figuur 2. Oversterfte naar doodsoorzaak in 2020/21 vergeleken met het voorafgaande vijf-jaargemiddelde. De oversterfte als gevolg van Covid-19 ging vooral in de 2e golf gepaard met onderrapportage van andere doodsoorzaken (bron Dr. Claire Craig).


Methode en resultaten


In deze studie onderzoek ik of er ook in Nederland sprake is van Covid-19 overdiagnose.



Figuur 3.Geregistreerde sterfte aan ziekten van de ademhalingsorganen per kwartaal van 2015 t/m 2019. In 2020 is de sterfte in het 2e, 3e en 4e kwartaal significant lager dan in voorgaande jaren (p<0,00001 voor alle 3 kwartalen). Het 1e kwartaal van 2021 is eveneens significant laag (p=0,0008).  


Figuur 4.Geregistreerde sterfte aan hart- en vaatziekten per kwartaal van 2015 t/m 2019. In 2020 is de sterfte in het 2e (p=0,04) en 4e (p=0,01) kwartaal significant laag evenals de sterfte in het 1e kwartaal van 2021 (p=0,0002).

Figuur 5. Geregistreerde sterfte aan ziekten van het zenuwstelsel per kwartaal van 2015 t/m 2019. De sterfte in het 1e kwartaal van 2021 is significant laag (p<0,005).

Figuur 6. Geregistreerde sterfte aan kanker en goedaardige tumoren per kwartaal van 2015 t/m 2019. De sterfte in het 1e kwartaal van 2021 is significant laag (p=0,0019).

Er zijn dus sterke aanwijzingen voor overdiagnose van Covid-19 als doodsoorzaak, met name ten koste van ziekten van de ademhalingsorganen en hart- en vaatziekten. Het 1e kwartaal van 2021 springt er het meest uit: alle vier de doodsoorzaken tonen sterke aanwijzingen voor onderrapportage.

Helaas levert het CBS geen aparte cijfers voor sterfte door Covid-19; deze sterfte is opgenomen in de rubriek “overige doodsoorzaken” waartoe o.a. ook uitwendige doodsoorzaken (ongevallen, zelfdoding) behoren. “Overige doodsoorzaken” is gedefinieerd als alle doodsoorzaken minus nieuwvormingen, psychische stoornissen en ziekten van zenuwstelsel en zintuigen, ziekten van hart- en vaatstelsel en ziekten van de ademhalingsorganen. Het CBS meldt dat de sterfte aan COVID-19 (ICD-10 codes U07.1 of U07.2) later in een hoofdstuk van de ICD10 opgenomen zal worden. Deze codes worden daarom nu nog in de kwartaal tabel geteld bij de categorie "overige doodsoorzaken" (bron).


Het CBS verwijst naar het RIVM voor cijfers over Covid-19 sterfte. Maar de bedoeling is nu juist om te controleren of de cijfers van het CBS en RIVM kloppen. Om de totale overdiagnose van Covid-19 te kunnen schatten gebruik ik alleen de significante verschillen in de diverse kwartalen. Dat levert de volgende resultaten op (tabel 1):


Er zijn naar schatting ruim 9000 over-gerapporteerde Covid-9 doden. Als we de in Tabel 1 genoemde correcties toepassen op de CBS-cijfers getoond in figuur 1 dan krijgen we het volgende resultaat (figuur 7):


Figuur 7. Figuur 1 na toepassing van de in tabel 1 genoemde correcties.


Conclusie en discussie

Volgens het CBS (bron) overleden er t/m het 1e kwartaal 2021 25.897 Covid-19 doden en 2844 vermoedelijke Covid-19 doden. Maar volgens het RIVM waren er t/m het 1e kwartaal 2021 slechts 16.636 Covid-19 doden, beduidend lager.


Het CBS geeft een aantal mogelijke redenen waarom deze cijfers zo sterk van elkaar verschillen: “Ten eerste kunnen er overledenen zijn bij wie de arts op basis van het klinisch beeld COVID-19 aangaf als doodsoorzaak, zonder dat dit door een laboratoriumtest [PCR test] is bevestigd. Die overledenen ontbreken dan in de RIVM-cijfers. Ten tweede zijn overledenen bij wie COVID-19 was vastgesteld (ook met een positieve laboratoriumtest) mogelijk niet (direct) gemeld bij de GGD (ook omdat er geen meldingsplicht geldt voor overlijden aan COVID-19). Daardoor ontbreken deze in de cijfers van het RIVM”.


Met andere woorden, het CBS zegt hiermee eigenlijk dat haar cijfers (die van de arts) betrouwbaarder zijn omdat de arts bepaalt of Covid-19 de primaire doodsoorzaak was, al of niet aan de hand van de symptomen en/of een bevestigende positieve PCR-test. Zoals hier is aangetoond treedt juist vertekening op in de verklaringen van de arts. Het kan zijn dat een positieve PCR-test daarbij een rol heeft gespeeld.
De PCR-test heeft een foutmarge waardoor personen die geen SARS-CoV-2 virus(-restanten) dragen toch als positief worden aangemerkt. Een andere mogelijkheid is dat de politieke focus op Covid-19 tot bias in de rapportage van de arts leidt. Beide verklaringen zijn uiteraard speculatief.

Als we uitgaan van de 25.897 Covid-19 doden van het CBS en we trekken daar de overdiagnose (9128), het geschatte aantal uitwendige doodsoorzaken (10.00 over 5 kwartalen) van af dan komen we op slechts 7000 Covid-19 doden. Tellen we daar de 2844 vermoedelijke Covid-19 doden bij op dan komen we maximaal op ruim 10.000 Covid-19 doden. Beduidend minder dan de cijfers van het CBS en het RIVM.

Om de 10.000 Covid-19 doden in perspectief te plaatsen: over dezelfde periode (5 kwartalen) stierven er gemiddeld in de vijf voorafgaande jaren 58.000 mensen aan kanker/tumoren, 49.000 aan hart- en vaatziekten, 27.000 aan psychische stoornissen/ziekten van het zenuwstelsel, en 18.000 aan ziekten van de ademhalingsorganen.

Door de niet aflatende focus op Covid-19 dreigen we het grote beeld uit het oog te verliezen dat er 15 maal zoveel mensen sterven aan andere ziekten dan aan Covid-19.

Een lockdown en andere beperkende maatregelen ("blijf thuis") hebben naar verwachting bovendien negatieve effecten op het immuunsysteem, gezondheid en uitgestelde zorg met als gevolg 10 maal meer verlies van levensjaren dan er wordt gewonnen door coronazorg (bron).


Rijswijk, 23 juli 2021