Jan Ruis, PhD Biology, 11-3-2022



Figuur 1. Totale sterfte vanaf 1-1-2020, bestaande uit overige sterfte, zoals kanker en hart en vaatziekten (geel), en Covid-19 sterfte (roze, RIVM cijfers). De verwachte sterfte (rode lijn) is gebaseerd op het 8-jaarsgemiddelde wekelijkse sterftepercentage over 2012-2019 gecorrigeerd voor bevolkingsgroei en vergrijzing (het CBS gebruikt het 5-jaarsgemiddelde 2015-2019).


Figuur 1 toont de totale sterfte en de Covid-19 sterfte (RIVM). Dit soort plaatjes maken veel zaken in een oogopslag duidelijk. Volgens een eerder artikel zijn de RIVM cijfers van Covid-19 sterfte realistischer dan die van het CBS gelet op de oversterfte t/m het 2e kwartaal 2021. Dat komt wellicht omdat bij het vaststellen van de doodsoorzaak een positieve PCR testuitslag bepalend is, hetgeen vermoedelijk tot onrealistische overschatting van Covid-19 sterfte in de CBS cijfers leidde. De oversterfte in de 1e Covid-19 golf (week 11-20 in 2020) wordt in bovenstaande grafiek slechts ten dele veroorzaakt door Covid-19. Mogelijk heeft Covid-19 het overlijden van kwetsbare personen met onderliggende kwalen vervroegd maar werd zij niet als primaire doodsoorzaak geregistreerd.  

Het aandeel Covid-19 sterfte op de totale sterfte in 2021 is gering (5%) maar domineerde desondanks de politieke besluitvorming en de media. De Covid-19 sterfte nam gedurende 2021 sterk af en nam pas in week 42 weer wat toe als gevolg van de Omicron variant, maar daalt naar minder dan 100 doden gedurende 2022 (in figuur 1 nauwelijks waarneembaar); dat is nog maar 1% van de totale sterfte ondanks de sterk gestegen positieve PCR testuitslagen (een positieve testuitslag betekent overigens niet dat men besmet is of Covid-19 heeft).

De oversterfte vanaf week 40 in 2021 wordt voor minder dan een derde bepaald door Covid-19 sterfte, dus de voornaamste oorzaak van deze oversterfte moet liggen aan andere factoren dan de Omicron variant. Sinds week 48 neemt de oversterfte weer af en sinds week 2 is er lichte ondersterfte.

De hamvraag is welke factoren de niet-Covid oversterfte veroorzaken. Verschillende kandidaten zijn geopperd: sterfte als gevolg van korte of lange termijn bijwerkingen van vaccinatie, uitgestelde zorg, lockdown gerelateerde ongezonde leefwijze door gebrek aan beweging en gebrek aan contacten, stress, gevaccineerden zijn vatbaarder voor de Omicron variant, et cetera.


De vraag is of vaccinatie een mogelijk oorzakelijke factor kan zijn voor de oversterfte eind 2021. Vaccinatie is traditioneel het injecteren van een verzwakte of dode ziekteverwekker. Maar met Covid 'vaccinatie' wordt iets heel anders bedoeld namelijk het in de deltaspier injecteren van mRNA (of het DNA in vectorvaccins) dat codeert voor het spike eiwit van de oorspronkelijke Wuhan-variant van het SARS-CoV-2 virus. Het Covid mRNA is verpakt in een nano-vetbolletje waardoor het mRNA via de bloedstroom ook naar hart en hersenen kan worden gestransporteerd. De lichaamscellen die het mRNA opnemen gaan dan het giftige spike eiwit aanmaken en zetten dit op hun celmembraan. De afweercellen zien het lichaamsvreemde spike eiwit en doden de cel die het spike eiwit produceert. Het immuunsysteem maakt vervolgens antistoffen en geheugencellen tegen de giftige spike eiwitten van de oorspronkelijke Wuhan variant.

De Wuhan variant werd in Nederland verdrongen door achtereenvolgens de Alpha (jan 2021-jul 2021), de Delta (jul 2021 tot dec 2021) en de Omicron variant (vanaf dec 2021).



Figuur 2. Aan figuur 1 is toegevoegd het wekelijkse percentage gevaccineerden met vaccin nr 3 en met het booster vaccin (rechter y-as: percentage van de bevolking). Vaccin nr 3 is vooral verstrekt aan ouderen met specifieke gezondsheidsproblemen vanaf week 40, het booster vaccin is vooral genomen door 80-plussers vanaf week 46, in mindere mate door 65-80 jarigen en in nog mindere mate door 0-65 jarigen .


Figuur 2 laat zien dat er aanzienlijke oversterfte is vanaf week 40 in 2021 t/m week 1 van 2022. Covid-19 sterfte verklaart deze oversterfte slechts ten dele en de vraag is dus waaraan die oversterfte te wijten is.

Figuur 2 toont niet de 1e en 2e vaccinatie en dat is omdat deze vaccins aan verschillende leeftijdsgroepen op verschillende tijdstippen beschikbaar zijn gesteld. Hieronder volgen daarom de vaccinatiepercentages en sterftecijfers per leeftijdsklasse.



Figuur 3. Sterftecijfers en het wekelijks percentage gevaccineerde 80-plussers met het 1e vaccin, 2e vaccin en booster vaccin.


Figuur 3 toont ondersterfte in de eerste helft van 2021 van week 8-28 (na de 2e golf). Ondersterfte trad ook op na de 1e golf en treedt opnieuw op na de oversterfte in week 42-53 van 2021. De Covid-19 gerelateerde oversterfte heeft vooral ouderen met bestaande gezondheidsproblemen getroffen die door de SARS-CoV-2 virusvariant eerder zijn gestorven. De ondersterfte is daar waarschijnlijk het gevolg van: veel kwetsbaren zijn al gestorven. Het effect van 1e en 2e vaccinatie op mortaliteit kan dus niet uit deze grafiek worden geschat. Bovendien neemt Covid-19 sterfte af in de zomermaanden als gevolg van natuurlijke factoren.

De booster vanaf week 46 is vooral bedoeld voor de Omicron variant die in december 2021 verscheen en de Delta variant verdrong. Die variant heerste vanaf de zomer en maakte (daarom?) zeer weinig dodelijke slachtoffers zoals figuur 3 toont. Dat de 1e en 2e vaccinaties daarvoor verantwoordelijk zijn lijkt onwaarschijnlijk want ook na de 1e golf is er flinke afname van Covid-19 sterfte, zonder vaccins. Bovendien hangt Covid-19 mortaliteit niet af van de landelijke vaccinatiegraad (bron). Sinds week 1 van 2022 is de Covid-19 sterfte door de Omicron variant minimaal, ondanks dat het aantal "besmettingen" (lees: positieve PCR test) recentelijk exponentieel steeg.

Maar wat is de oorzaak van de oversterfte van week 42-52 van 2021? Deze wordt voor minder dan een derde veroorzaakt door de opleving van Covid-19 sterfte en is dus voornamelijk het gevolg van een aanzienlijke toename in overige sterfte. Welke doodsoorzaak dat betreft is onbekend. Er zijn sterke aanwijzingen dat vaccinaties dodelijke bijwerkingen op de korte en lange termijn veroorzaken en dat dit effect verschilt per partij vaccin (bron): niet alle prikken bevatten exact hetzelfde vaccin (bron). De bijwerkingen kunnen versterkt worden door omgevingsfactoren al of niet samenhangend met seizoensafhankelijke variabelen, hetgeen de sterfte toename van week 42-52 kan verklaren. In week 2-7 van 2022 is er ondersterfte wat verwacht kan worden na de voorgaande weken van oversterfte.

De lichte toename van Covid-19 sterfte in december 2021 betreft vermoedelijk de Omicron variant. Gevaccineerden lijken een hoger risico op besmetting door Omicron te lopen dan ongevaccineerden.  Alle vaccinaties en boosters zijn gebaseerd op het spike eiwit van de oorspronkelijke Wuhan variant. De Omicron variant heeft echter veel mutaties in het spike eiwit. Natuurlijke immuniteit geeft afweer tegen meerdere onderdelen van het SARS-CoV2 virus, niet alleen tegen het specifieke spike eiwit zoals vaccins doen. De vraag is dus hoe effectief booster vaccinatie is.


Figuur 4. Het wekelijks overleden aantal 80-plussers per 100.000 (zwart) en het voortschrijdend gemiddelde over 13 weken (rood).


Figuur 4 zet de Covid-19 sterfte van 80-plussers in tijdsperspectief. Jaarlijks is er verhoogde sterfte in de winter. De door Covid-19 veroorzaakte pieksterfte in maart/april 2020 is uitzonderlijk maar omdat deze kortdurend was en gevolgd werd door sterke ondersterfte in de zomer is de piek van het 13-weeks gemiddelde in 2020 niet uitzonderlijk in vergelijking met andere jaren. De pieksterfte in januari 2021 is vergelijkbaar met die in 2018. De pieksterfte eind 2021 wordt voor een derde veroorzaakt door Covid-19 (Omicron variant) en voor twee derde door nog onbekende oorzaken.



Figuur 5. Sterftecijfers en het wekelijks percentage gevaccineerde 65-80 jarigen met het 1e vaccin, 2e vaccin en booster vaccin.


Figuur 5 geeft een ander beeld dan die van de 80-plussers. Tijdens de weken van de 1e vaccinatie is er een toename van sterfte door overige doodsoorzaken (zie in dit verband ook dit artikel). Het effect van de 2e vaccinatie is minder duidelijk. In de weken na de 2e vaccinatie treedt er oversterfte op die geleidelijk steeds groter wordt. Vanaf week 42 neemt ook de Covid-19 sterfte wat toe, die vanaf week 22 vrijwel geheel verdwenen was. De bulk van de aanzienlijke oversterfte betreft echter niet-Covid sterfte. De booster lijkt daarin geen rol te spelen: de niet-Covid oversterfte en Covid-sterfte neemt al af voor de boosterpiek. Dat deze oversterfte het gevolg is van lange termijn bijwerkingen van de eerdere vaccins kan dus niet worden uitgesloten.

In tegenstelling tot bij 80-plussers treedt er geen ondersterfte op na de oversterfte tijdens de 1e golf en de 2e golf en de oversterfte in eind 2021. Dat duidt op een continu hogere sterfte dan de verwachte sterfte. Het is onbekend waar dat aan ligt. Figuur 6 toont het kwantitatieve verschil.


Figuur 6. Cumulatieve sterfte over 2020-2021 van 65-80 jarigen. Links: sterfte inclusief Covid-19, rechts: sterfte exclusief Covid-19.


Figuur 6 (links) toont dat de cumulatieve sterfte eind 2021 ongeveer 14% boven de verwachte cumulatieve sterfte uitkomt. De cumulatieve sterfte exclusief Covid-19 (rechts) komt eind 2021 ongeveer 8% (7000 doden) boven de verwachting uit. Die oversterfte van 7000 personen in de leeftijdsgroep 65-80 jaar is opvallend en tot op heden onverklaard. Het CBS zal pas het 3e kwartaal 2022 de doodsoorzaken over het 4e kwartaal 2021 publiceren.


Figuur 7. Het wekelijks overleden aantal 65-80 jarigen per 100.000 (zwart) en het voortschrijdend gemiddelde over 13 weken (rood).


Figuur 7 laat zien dat de sterfte van 65-80 jarigen in de winter van 2020/2021 relatief hoog is in vergelijking met andere jaren. Zoals figuur 5 toonde kan dit slechts voor een klein deel aan Covid-19 sterfte worden toegeschreven. Met name de sterfte in zomer en najaar 2021 is opvallend hoog in vergelijking met andere jaren.


Figuur 8. Sterftecijfers en het wekelijks percentage gevaccineerde 0-65 jarigen met het 1e en 2e vaccin en booster vaccin.


Figuur 8 toont dat de leeftijdsklasse 0-65 jaar van Covid-19 weinig te vrezen heeft: 2% van de totale sterfte in 2021 en 1% in 2022 tot dusverre. We lijken vergeten te zijn dat ruim 98% van de voortijdige sterfte door overige oorzaken worden bepaald, waarvan 60% kanker en hart en vaatziekten. Desondanks kijken media en politiek, en daardoor ook het publiek, met een vergrootglas naar Covid-19 sterfte alsof die overige sterfte nu niet meer telt. Maar de Covid-maatregelen verhogen in potentie de kans op voortijdige sterfte omdat ze de fysieke conditie en het immuunsysteem niet versterken, eerder verzwakken.

De oversterfte in 2021 als gevolg van overige doodsoorzaken is opvallend hoog. Er is geen korte termijn effect van de vaccins op de mortaliteit zichtbaar.

Dat de sterk verhoogde mortaliteit na week 30 het gevolg is van lange termijn effecten van de vaccins kan niet worden uitgesloten. Het booster vaccin is in deze leeftijdsklasse later genomen (het aantal boosters en het percentage 'geboosterden' neemt sterk af naarmate de leeftijd jonger is). Gezien de zeer geringe Covid sterfte lijkt de reden om het booster vaccin te nemen buitenproportioneel in vergelijking met de voortijdige sterfte aan andere oorzaken, noch afgezien van het feit dat er steeds meer aanwijzingen komen dat de op de oude Wuhan variant gebaseerde 'vaccins' een contraproductief effect hebben (bron, bron, bron).


Figuur 9. Cumulatieve sterfte over 2020-2021 van 0-65 jarigen. Links: sterfte inclusief Covid-19; rechts: sterfte exclusief Covid-19.


Figuur 9 (links) toont dat de cumulatieve sterfte eind 2021 ongeveer 8% boven de verwachte cumulatieve sterfte uitkomt. De cumulatieve sterfte exclusief Covid-19 (rechts) komt eind 2021 ongeveer 7% (2300 doden) boven de verwachting uit. Die oversterfte is nog onverklaard.



Figuur 10. Het wekelijks overleden aantal 0-65 jarigen per 100.000 (zwart) en het voortschrijdend gemiddelde over 13 weken (rood).


Figuur 10 laat zien dat de wintersterfte in 2020/2021 in leeftijdsklasse 0-65 jarigen niet uitzonderlijk is in vergelijking met andere jaren. Wat wel opvalt is dat de sterfte in zomer en najaar van 2021 relatief hoog is. Uit figuur 9 bleek al dat deze verhoogde sterfte niet veroorzaakt wordt door Covid-19. Het wachten is op de cijfers van alle doodsoorzaken van het CBS om na te gaan waardoor dit wordt veroorzaakt.


Er volgt een wekelijkse update van dit artikel.